Een poosje geleden was ik met een lieve vriend op reis in Albanië. We hadden een excursie geboekt naar het prachtige bergachtige noorden van dit kleine land. Vroeg in de ochtend kwam een busje ons ophalen in de hoofdstad Tirana. Omdat we het allebei leuk vonden om aan het raam te zitten, ging mijn vriend aan de rechterkant van het busje zitten en ik links. Naast mij bleef vooralsnog een plek leeg, maar onderweg werd een aantal keren gestopt om de overige passagiers op te pikken. Een van hen kwam naast mij zitten, een Nederlandse vrouw met een erg luide stem. Alle passagiers konden ‘’meegenieten’’, hoewel ze hoogstwaarschijnlijk niet begrepen wat de vrouw zei. Ze maakte deze trip met haar dochter, zo werd al gauw duidelijk.
‘Bent u alleen op reis?’, vroeg ze. ‘Nee’, antwoordde ik, ‘ik ben met een vriend, die zit daar’ en wees naar de rechterkant van het gangpad. ‘Jullie zijn zeker partners?’ vroeg ze. ‘Nee, we zijn ‘’gewoon’’ vrienden’, antwoordde ik. Ik had hem eigenlijk meteen zitten. Naast me zat een nieuwsgierige Nederlander die vrijwel direct naar mijn privéomstandigheden vroeg en vervolgens een verkeerde conclusie trok.
‘Hij is een goede reisvriend van me. Je kunt allerlei soorten vrienden hebben, nietwaar? Met de een kun je enorm lachen, met de ander kun je vrijen, en met weer een andere vriend kun je heel goed discussiëren. Het is eigenlijk een heel raar idee dat we denken dat we alles in één partner moeten vinden. Dat romantische totaalpakket bestaat gewoon niet. Zelf ben ik getrouwd geweest met een vrouw en heb ik ook relaties gehad met verschillende mannen, ik ben van alle markten thuis.’ Ik pakte meteen maar eens even flink uit. Ik zei het netjes en beleefd, maar voor wie mij kent was er toch een ondertoon van irritatie te beluisteren, plus een onsje zendingsdrang. Ik beantwoordde haar in mijn ogen te snelle, nieuwsgierige vraag met een veel uitgebreider antwoord dan nodig was. Ik kon het niet laten. De vrouw slikte een paar keer, zichtbaar verbaasd.
Twee mannen samen op reis: dat moet in de ogen van veel Nederlanders wel een homostel zijn. Ach, ik begrijp het wel: we kaderen mensen in om de wereld overzichtelijk te houden. Toen ik eens met een vriendin op een groepsreis was werd zij volgens de medereizigers meteen mijn vrouw. Zelf denk ik eerlijk gezegd ook regelmatig in clichés en betrap ik mezelf ook op te snelle conclusies. Ik probeer me er steeds van bewust te zijn.
Toen we onderweg even pauzeerden, vroeg ik mijn (Turkse) reisvriend of we even van plaats konden ruilen. Ik had niet meer zo’n zin in haar. Al gauw hoorde ik haar weer kwetteren. ‘Goh, ik hoor aan je accent dat je eigenlijk niet uit Nederland komt, waar kom je oorspronkelijk vandaan? Woon je al lang in Nederland?’ Mijn vriend gaf braaf antwoord. Wat is hij toch aardig.
Maar bij een laatste stop voor onze eindbestemming vroeg hij of hij weer op z’n oude plaats mocht zitten.
.png)
.png)
.png)