Ik zie het leven als een continu proces van groeiend bewustzijn. Terwijl ik leef, weet ik dat ik leef, terwijl ik ouder word, besef ik dat ik ouder word. Dat sterke bewustzijn is er niet altijd geweest. Ik ga 62 jaar terug in de tijd, ik ben dan tien jaar.    

Ik loop door het Oranjepark uit school naar huis. Het is herfst, ik schop de bladeren voor me uit. Dromerig loop ik door het park, ik steek de Regentesselaan over. Plotseling wordt mijn aandacht getrokken door een jongen. Hij staat op de stoep bij de bushalte Apeldoorn-Zwolle. Onbeweeglijk  staat hij daar. Mijn hart begint hevig te bonzen. Ik mòet naar hem kijken. Hoe oud zou hij zijn? Zeventien? Achttien? Zijn prachtige donkere lange haren golven over zijn schouders. Hij heeft halfhoge suède schoenen aan, met spekzolen. Op school noemen ze die bordeelsluipers. Ze zijn heel erg in, ik wil ze heel graag hebben, maar het mag niet van mijn vader.

De jongen rookt een sigaret. Zelfverzekerd inhaleert hij en even zelfverzekerd blaast hij de rook weer uit. Wat is ie mooi!, zo stoer, zo mannelijk. Hij is adembenemend. Ik loop vlak langs hem heen. Ik wil hem eigenlijk aanraken, maar dat durf ik niet. Even, heel even lijkt de jongen mij aan te kijken. Zou hij mij gezien hebben? Of verbeeld ik me dat maar? Zijn haren bewegen mee met zijn blik. Wat mooi. Ik durf hem ook niet aan te kijken, ik loop gauw door. Ik moet naar huis, mijn moeder wacht met thee. Snel kijk ik nog even achterom. Maar plotseling is de jongen verdwenen. Hij zal de bus wel zijn ingestapt.Misschien is hij er morgen weer. Met een gelukzalig gevoel loop ik naar huis, alsof de zon door de wolken breekt.

Pas veel later heb ik de woorden bedacht die passen bij deze ervaring. Ik heb er een draai aan gegeven. Maar het was eigenlijk puur een lichamelijke ervaring, want ik had er als tienjarig jochie geen taal voor. Ik wist totaal niet dat ik dit later een ‘homoseksueel gevoel’ zou gaan noemen. Ik had alleen een lichamelijke sensatie, een trilling die door mijn hele lijf ging.

Nu leef ik met een groter zelfbewustzijn, ik kan mijn leven tot nu toe overzien. Ik hoor bij de lhbtqia+ gemeenschap, let op mijn gewicht, kan niet zomaar raak eten zoals ik vroeger deed, besef dat ik elke dag behoorlijk moet bewegen, denk na over de wereld en mijn eigen toekomst en nog veel meer. Ik verbeeld me dat ik een zelfbewuste homo ben die weet wat hij wil. En terwijl ik dit schrijf verlang ik ook terug naar 1963 in dat Apeldoornse park, met die prachtige jongen. Zo’n pure sensatie, zonder woorden, zonder oordeel, zonder plan of conclusie. Een verlangen naar een magische wereld waarin ik als kind verkeerde. Is zo’n wereld slechts voorbehouden aan je kindertijd of kun je daar als oudere volwassene toch nog eens onverwacht in terecht komen? Dat zou magisch zijn.