Komt dat zien!

In deze serie lichten we elke maand een tipje van de sluier op over het creatieve werk van Roze Stadsdorpers dat in het najaar te zien zal zijn. Deze maand, in de categorie fotografie, Bernice Siewe (75, fotograaf en documentairemaker). Bernice vertelt.

 

Bernice Siewe (foto Hugo Lingeman)

                             

Een soort dromerigheid

‘Meestal fotografeer ik dingen die met mensen te maken hebben, maar het gaat me vooral om sfeer. Je hebt beelden die zo helder en duidelijk zijn - dan heb je het beeld gezien en dan ben je klaar. Ik zoek veel meer naar beelden die ‘open’ zijn en waarin de kijker van alles kan projecteren, ik heb er niet zozeer een bedoeling mee. Het liefst wil ik dat mensen hun fantasie laten stromen. De beelden die ik in de tentoonstelling wil laten zien hebben bijvoorbeeld met een soort van dromerigheid te maken, het beeld klopt misschien niet helemaal. Ik laat de kwetsbaarheid en soms de absurditeit van het leven zien in mijn foto’s.’

 

Ik ben heel nieuwsgierig

‘Als kind was ik al bezig met fotograferen en van mijn eerst verdiende geld kocht ik meteen een camera. Het medium heeft me altijd aangesproken, als puber had ik mijn kamertje vol met foto’s hangen. Allerlei dingen openen zich middels fotografie: ik ben heel nieuwsgierig en fotograferen geeft je een excuus om op allerlei plekken te komen.

Bij Fotografisch Centrum De Moor heb ik een serie cursussen gevolgd en veel later heb ik een masteropleiding Documentaire aan een kunstacademie gedaan. Aanvankelijk had ik een donkere kamer om zwart-wit af te drukken, maar aan kleurendruk ben ik nooit begonnen. Nu bewerk ik mijn foto’s digitaal in mijn werkkamer.’

 

Bernice in haar werkkamer (foto Hugo Lingeman)

 

Kinderen, jongeren, vrouwen

‘Ik heb in opdracht gewerkt voor tijdschriften, de gezondheidszorg, het onderwijs, maar ook veel projecten bedacht. Vooral aan fondsenwerving was ik dan veel tijd kwijt. Het lukte niet altijd, maar vaak wel en dan ging ik dat project uitvoeren. Meestal was het niet genoeg om van te leven, dus ik had er verschillende baantjes naast.

Ik deed veel in samenwerking met kinderen, jongeren en vrouwen. En dikwijls leidde het ene project tot een volgende. Indertijd was de Vogelbuurt in Noord een van de armste buurten van Amsterdam. Daar liet ik kinderen hun leven en zichzelf fotograferen en er iets bij schrijven: met wie woon je thuis, waar speel je graag mee. Hele leuke en mooie portretten werden dat.’

 

Mensen gingen uit hun dak

‘Die kinderen zaten op een multiculturele school en dat bracht me op het idee om naar hun thuislanden te gaan. Eerst heb ik Suriname geprobeerd, dat lukte niet, maar Marokko wel. Drie maanden ben ik daar geweest, in Marrakesh en op het platteland in Noord-Marokko. In het piepkleine dorpje Rislane liet ik de kinderen zichzelf en hun spel portretteren, en zelf fotografeerde ik rondom hen.

Het was een uitwisselingsproject. Een Marokkaanse fotograaf kwam naar Nederland en fotografeerde hier in de stad en op het platteland in Groningen. Elke plek kreeg een grote poster met een aantal foto’s erop en daarmee hebben we in al die plaatsen geëxposeerd. In Rislane was geen gebouw waarin dat kon, dus daar hebben we de posters op de zondagse markt aan lijnen opgehangen. Mensen gingen helemaal uit hun dak!

Vervolgens bleek Zeist een stedenband met Berkane, waar ik in die maanden woonde, te hebben. De gemeente had wel interesse en zo heb ik de grote Marokkaanse gemeenschap in Zeist geïnterviewd en gefotografeerd. Ik heb er een boek van gemaakt: Een abrikoos in de achtertuin.

 

Zo open als die kinderen waren

‘Het leukst vond ik mijn project in Rislane. Die kinderen en ik konden helemaal niet met elkaar praten behalve via een tolk, maar toch had ik contact met ze, dat vond ik echt fantastisch. Ze hadden weinig opgesmuktst, waren direct, ook wel fysiek. Ze waren ook een beetje rauw, soms bozig. Ik vond het heel bijzonder zo open als die kinderen waren.’


Bernice met foto’s voor de expositie

 

Een mix van schoonheid en stekeligheid

‘Ik denk dat ik deze foto’s laat zien, tenminste als er drie mogen. Een is gemaakt op een bruiloft in Marokko, een dromerig beeld van een meisje tijdens een trouwerij op een bloedhete dag. Het dakterras is dan de enige koele plek. De tweede is een portret van een Marokkaans meisje, tussen kind en vrouw in, met een naar binnen gekeerde blik. De kleuren zijn vrij teer. En als laatste een bloeiende artisjok, een mix van schoonheid en stekeligheid. Een tegenhanger van de meisjes, die ik heel mooi vind. Ik weet het nog niet zeker of ik die erbij doe, ’t is een beetje gewaagd.’

 

Het moet wel een uitdaging zijn

‘Mijn laatste project heet Route Nationale 16. In Marokko werd een weg langs de Noordkust vernieuwd. Dat was een gebaar van de nieuwe koning om de relaties te verbeteren na de slechte verhouding die zijn vader met de Noord-Marokkanen had. Ik heb indertijd foto’s gemaakt van de mensen die daar werkten. In 2022, toen de weg klaar was, ben ik teruggegaan omdat ik wilde weten wat het effect ervan was. Ik heb mensen geïnterviewd en gefilmd, wat niet echt makkelijk ging omdat de repressie alweer behoorlijk gaande was. Binnenkort ga ik de film en het boekje dat ik ervan gemaakt heb ergens laten zien.

Misschien komt er een weer een volgend project, maar het moet dan wel een uitdaging zijn.’