Waar doe ik het allemaal voor?
“Pas toen ik definitief stopte met werken heb ik mijn hobby pottenbakken serieus opgepakt. Mijn hele leven wilde ik al leren draaien, maar het kwam er nooit van. Vlak na corona had ik al een paar cursussen bij het Amsterdams Kleibedrijf gedaan en daarna vrij gekleid bij Studio Pansa, maar ik miste toch wat finesse. In die tijd werkte ik nog als manager van de medische tak in het gevangeniswezen. Er overleden een paar medewerksters, die hun pensioen dus niet hadden gehaald. Toen dacht ik: wil ik nog doorgaan, ik ben 62, ik heb geen kinderen, waar doe ik het allemaal voor? Ik ben gestopt en ben de tweejarige opleiding tot keramist en pottenbakker bij de Kleiacademie in Amsterdam gaan doen. Zo kwam mijn carrière als keramiste in een stroomversnelling.”
Jeannette Blanken (foto Hugo Lingeman)
Niet echt zen
“Ik miste mijn collega’s, maar niet mijn werk. Het was ook wel een stressvolle baan. Wel had ik de eerste winter last van gedachten als: ben ik nog wel zinvol voor deze maatschappij? Kennelijk heb je tijd nodig om te ‘ontwerken’ en te wennen aan een ander leven. Als ik nu aan het kleien ben merk ik hoeveel rust het me geeft, meestal voelt het heel ‘zen’. Ik word vreselijk blij van dingen met mijn handen maken, ik begin het steeds leuker te vinden. Soms lig ik ’s nachts wakker en ga dan bedenken wat ik zal maken, dat is natuurlijk niet echt zen…
Boven heb ik een atelier ingericht en af en toe geef ik een workshop in draaien of handvormen. Plek voor workshops pottenbakken met meer dan twee deelnemers is er helaas niet.
Het is wel een vieze hobby, je zit onder de klei en je werkt met chemicaliën. Maar ik probeer alles te recyclen, ik hergebruik alle restjes.”
foto Jeannette Blanken
Je moet goed in je vel zitten
“Ik ben begonnen met gebruiksvoorwerpen in klei en ga langzaam over naar meer creatieve vormen. Regelmatig wil ik weer iets nieuws uitproberen qua vorm of kleur. Ook nieuwe technieken ontdekken. Ik stel dingen samen, maak series, ik hou van strak.
Inspiratie doe ik o.a. op in de natuur. Waar ik vroeger wandelde om te wandelen, kijk ik nu veel meer om me heen en vallen me dingen op, bijvoorbeeld een plukje krokussen, en daar doe ik dan wat mee.
Dat draaien is overigens niet simpel, nu ik het anderen leer zie ik hoe moeilijk het in het begin is. Je moet goed in je vel zitten, rustig zijn, anders lukt het niet.”
Hard ontmoet zacht
“In mijn jeugd was er al veel ruimte voor creativiteit. Ik heb altijd aan breien, haken en naaien gedaan, en ook hout branden. Ik ben heel handig, repareer ook meestal alles zelf in huis. Schilderen, tekenen en fotograferen heb ik geprobeerd, maar vond ik niet leuk. Vilten wel, daar heb ik een cursus in gevolgd. Het liefst maak ik iets driedimensionaals en dat probeer ik ook in vilt. In het kader van Amsterdam 750 heb ik een paar dingen gemaakt van keramiek en vilt samen. ‘Hard ontmoet zacht’, in de kleuren van Amsterdam. Met combinaties van technieken en materialen wil ik wat meer gaan doen. Ik zit boordevol ideeën.”
Biscuit stook
“Voor de tentoonstelling van het Roze Stadsdorp moet ik nog een thema kiezen. Het kan iets met regenboogkleuren worden, of met vrouwenkracht - in mijn werk heb ik altijd geprobeerd vrouwen te stimuleren stappen in hun carrière te zetten. Maar ik moet er nog verder over nadenken. Ik moet wel op tijd beginnen want keramiek is een lang proces. Als je eenmaal de vorm hebt moet het heel lang drogen en afdraaien, dan ga je het voor het eerste bakken: de ‘biscuit stook’. Ik heb hier zelf een oven staan, heel luxe. Daarna komt de ‘glazuur stook’ met hogere temperaturen, waarmee je kleur in het werk kunt brengen.
Vrouwenkracht (foto Jeannette Blanken)
Vorig jaar heb ik meegedaan aan de Kunstroute in de Kwakel, superleuke reacties gekregen en ook wat werk verkocht. Ik heb inmiddels al heel veel gemaakt en geef veel weg aan vrienden, soms maak ik iets op bestelling.”
Dingen máken
“Wat ik er zo leuk aan vind? Het doet een appèl op een kant die ik lang niet gebruikt heb. Als manager moet je ook creatief zijn, maar ik word oprecht blij van dingen máken, vooral als het gelukt is. Je creëert iets tastbaars. Soms heb je wat in gedachten en dat wordt het dan ook. Of het wordt heel iets anders, en dan is het of niét mooi, of het is hártstikke mooi. Een docent zei eens: ‘Je moet pas hechten aan je werk als het de allerlaatste keer uit de oven komt.’ Deze week heb ik voor het eerst een werk direct weggegooid, dat was ook weer een stap.”
.png)
.png)
.png)