Een bijdrage van Frank Storm

“Ik ben in wezen een heer”. Zulke uitspraken, het dragen van Top Hats, marine-uniformen of cowboykleren en het kussen van vrouwen in o.a. Marokko maakte Marlène Dietrich (1901-1992) de lieveling en heldin van de toenmalige onderdrukte en verguisde homowereld.

Dragqueens hebben haar vaak geportretteerd. De meest bekende, Danny LaRue, zag ik zelf eens in London. Toen een vriend me vertelde dat op 20 september in het Nieuwe KHL Wilma Bakker (La Sirène) in de rol van Marlène zou optreden, aarzelde ik niet en kocht ik meteen kaartjes voor een vriend en mijzelf.

In de niet al te grote theaterzaal heerste een intieme en gemoedelijke sfeer. De toeschouwers werden met een schaal borrelhapjes en een glas kir getrakteerd voordat de voorstelling begon. De RIVM-regels werden strikt gevolgd.

Tegen een achtergrond van film en foto’s bracht La Sirène Marlène op bewonderenswaardige wijze tot leven. De roemruchte biografie van Maria Riva, Marlènes dochter, liep als een rode draad door de voorstelling. Haar iconische liederen bloeiden met Wilma’s diepe stem op, de illusie wekkend dat Marlène in levende lijve op het podium stond en op de barstoel zat, terwijl ze mannen én vrouwen in haar ban trok. Pianist en meespeler Eric Lensink zorgde voor de muzikale begeleiding. Het publiek beloonde de prachtige voorstelling met langdurend en uitbundig applaus.