[:nl]Interview met Marijke Kooi[:]

[:nl]Marijke Kooi is actief lid vanaf het eerste uur van het Roze Stadsdorp Amsterdam.
Een interview door Nanja Bushoff

Hoe ben je bij het Roze Stadsdorp gekomen?

Ik had er van een vriendin over gehoord. En ik liep te denken om weer actief te worden in de roze wereld. Ik was bij de oprichtingsvergadering. Na afloop ben ik met het voorstel gekomen om een keer per maand een borrel te organiseren. Ik ben jaren actief geweest in een vrouwennetwerk in de Weesperzijdebuurt waar ik woon: de Weesperwieven. Wij borrelden één keer in de maand. Maar een netwerk is ook kwetsbaar. Je kunt wel denken dat zijn mijn vriendinnen en die zullen er zijn als het nodig is, maar dat kan zomaar veranderen. Een aantal vrouwen is overleden.

Wat maakte dat je na ging denken over weer actief worden in de roze wereld?

Toen ik daarover na ging denken was ik ongeveer vijf jaar met pensioen. Ik gaf Franse les in het volwassenenonderwijs op het Joke Smit College. Na mijn pensioen heb ik allerlei andere dingen gedaan zoals lesgegeven voor Amnesty, en over kinderrechten en mensenrechten op basisscholen en middelbare scholen. Ik zat in een bestuur voor een schooltje in Afrika. Ik ben na mijn pensioen ook heel creatief geworden, ik wist niet dat ik dat in me had. Ik ben gaan beeldhouwen, keramieken en schilderen met veel plezier. Maar ik had weinig mannen in mijn omgeving en had wel zin in een paar valse nichten om me heen. Vroeger was ik actief in de vrouwen- en lesbische beweging. Vervolgens kwam er een tijd in mijn leven dat ik het druk had, vaste verkering kreeg, een baan, een half kind (co ouderschap).

Wat bedoel je met valse nichten?

Mannen met wie ik lekker bijdehand gezellig scherp kan kletsen en gek doen. Met vrouwen is het vaak zo serieus. Ik heb zeker contacten met wie ik kan lachen, zoals met mijn dochter. Ik hou van omgaan en praten met elkaar waarbij je serieus bent, maar daarnaast, eronder en ertussen, grappen maakt waardoor je meer contact krijgt met elkaar.

Is het gelukt om valse nichten te ontmoeten?

Jazeker en ik heb veel nieuwe mensen ontmoet en ben allerlei mensen van vroeger weer tegen gekomen.

Je bent heel actief in de commissies van het Roze Stadsdorp?

Ja, dat past bij mij. Ik zit in de borrelcommissie, commissie nabuurschap, de PR commissie en in de danscommissie. Ik vind het leuk om mee te doen aan het opzetten van netwerken en ik vind het belangrijk dat het RSA vorm krijgt.

Hoe ziet je oude dag er uit?

Nou ja, tja, eh, je weet niet hoe het zal zijn. Ik woon nu de helft van de tijd in een huis in Bergen bij mijn dochter en haar gezin op het erf. Word ik oud bij mijn dochter of in mijn huis in Amsterdam? Ik denk het laatste.

Maak je je zorgen over de toekomst?

Niet over een sociaal isolement. Maar ik heb wel compassie met mensen die in
een isolement leven. En als ik energie heb zou ik daar best iets voor willen doen. Lesbo’s en homo’s hebben vaak geen kinderen en hoe moet dat dan als je zorgbehoevend wordt met al die maatregelen die nu getroffen zijn, de zich terugtrekkende overheid en de participatiemaatschappij…  Ik zou een vuist willen maken: wat is hier aan de hand, hoe kan het dat ouderen zo in de steek worden gelaten. In het interview met Tom vraag jij aan hem hoe het RSA er over twee of drie jaar uit ziet. Hij zegt dan dat hij hoopt dat er dan ook een aantal kleinere eenheden zijn, binnendorpen. Ik kwam laatst op de borrel van het RSA twee mannen tegen die hier in de buurt blijken te wonen. Toen kreeg ik het idee om in de buurt te kijken of we een buurtgericht Roze Stadsdorp netwerk zouden kunnen opzetten. Op de eerste bijeenkomst waren 10 buurtgenoten. Het idee dat ik mensen in de buurt ken en af en toe zie, waar ik eventueel een beroep op zou kunnen doen, dat vind ik heel fijn.

Ging jouw oproep aan roze buurtgenoten over nabuurschap?

Ja, maar ook over gezelligheid, om eens bij elkaar langs te gaan en een praatje te maken. Ik ken het gevoel dat het veilig is om in je eigen buurt contacten te hebben. Het woonblokje waar ik woon is nu ook bezig met een contactoverleg, het is iets wat leeft in de stad.

Zou je ook mee doen aan niet roze nabuurschap?

Ik denk dat ik net zo goed aan niet roze nabuurschap zou deelnemen, zoals aan de Weesperwieven.

Hoe gaat het met het Roze Stadsdorp?

Het gaat goed met het Roze Stadsdorp vind ik. Het aantal leden en activiteiten neemt toe. Het gaat langzaam, dat hoort er denk ik ook bij, maar de Facebook pagina heeft inmiddels meer dan 400 leden. Wat ik bijzonder vind aan het RSA is dat er mensen van vijftig en tachtig bij zitten. En mensen die al heel lang coming out en actief zijn, maar ook mensen die nog niet eerder uit de kast zijn gekomen.

Wat is je leukste ervaring binnen het Roze Stadsdorp Amsterdam?

Met de twee mannen van de borrelcommissie door de stad slierten om borrellocaties te zoeken, dat vind ik enig, al moet ik wel hard fietsen om ze bij te houden.

Wat gebeurt er in de commissies waar je in zit?

De commissies beginnen vorm te krijgen. Ineke doet altijd heel erg haar best om er ook mannen bij te betrekken.
In de PR zijn we bezig met de Europride, we willen gaan flyeren in verzorgingstehuizen en we gaan op de markt in het Vondelpark staan op Roze zaterdag, 23 juli. We gaan ook kijken of we wat kunnen doen op de Greypride tijdens de Europride. De Roze Stadsdorpborrel wordt maandelijks in het Parool aangekondigd
Samen met Tom, Niels en Joske vorm ik de borrelcommissie. De commissie heeft nu voor drie keer Café Carels uitgekozen voor de maandelijkse borrels. Het werkt goed die wisselende locaties. Je trekt dan ook mensen die in een bepaalde buurt wonen. Mensen die het leuk vinden komen wel op elke locatie. De borrels worden erg goed bezocht, gemiddeld komen er 60 tot 70 mensen. De borrel is een van de peilers van het RSA. Je kunt, zonder dat je meteen in een groepje moet, snuffelen aan het Roze Stadsdorp. Natuurlijk zijn er mensen die niet van borrels houden. Maar zoals Ineke zei: ik hou niet van borrels maar die van het Roze stadsdorp vind ik leuk. De borrels maken het RSA ook zichtbaar. We dachten eerst dat er een stuk of acht mensen zouden komen, maar de eerste keer waren er al 40. Wat ik doe bij de borrels, en dat doe ik niet alleen, is gastvrouw zijn en goed kijken of er mensen nieuw zijn. Dat vind ik soms voor mezelf wat jammer omdat ik dan bijvoorbeeld geen tijd heb om met bekenden te praten, of gewoon even slap op de bank te hangen, maar het past me wel die rol van gastvrouw, en ik weet hoe belangrijk het is dat als je ergens nieuw komt je ook welkom wordt geheten.

De borrelcommissie wil in juli een presentatie geven tijdens de borrel wat er tijdens de Gaypride allemaal te doen is.

Het nabuurschap moet binnen het RSA nog vorm krijgen. De vraag en aanbodsite staat nog in de kinderschoenen. Op dit moment matcht de webmaster vraag en aanbod, het waarborgen van de privacy is belangrijk. Als je een vraag of een aanbod hebt moet je een webformulier invullen. Er is nog weinig vraag en aanbod. In andere stadsdorpen blijkt dat er veel meer aanbod is dan vraag. Er is wel vraag, maar mensen vinden het vaak moeilijk om iets te vragen.

Vind je het zelf moeilijk om hulp te vragen?

Wisselend. Aan onbekenden vraag ik niet makkelijk. En ook denk ik wel als ik een plank moet ophangen: wat een gezeur, dat kan ik toch zelf. Maar dat kan ik helemaal niet zelf. Als ik naar de dokter moet of mijn been gebroken heb dan vraag ik wel hulp. Dat komt omdat ik al 40 jaar reuma heb.

Heb je veel hulp moeten vragen?

Ja, Ik heb heel lang een vaste damespartner gehad die mij er heel erg goed doorheen geloodst heeft. Maar toen de relatie verbroken was heb ik aan anderen hulp moeten vragen.

Gaat het in het Roze Stadsdorp vooral over nabuurschap?

Wat mij betreft gaat het ook over vriendschap en gezelligheid, maar het idee van het Roze Stadsdorp is dat je elkaar in geval van nood weet te vinden. En je vindt iemand makkelijker als je die al kent. Ik hoop dat de vraag en aanbod rubriek goed gaat lopen. Daarom organiseren we in augustus ook weer een themabijeenkomst over nabuurschap.

Hoe ziet het Roze Stadsdorp er over twee jaar uit?

Ik hoop dat er door kleinere initiatieven, zoals die van mij om een roze buurtgroep op te richten, meer nabuurschap zal ontstaan.
Ik wil graag dat het RSA als een overkoepelend netwerk van de hele stad blijft bestaan. Ook om een statement te maken naar de overheid. Het lijkt misschien wel of in dit liberale Nederland de roze wereld vanzelfsprekend is en precies hetzelfde is als de buren, maar we zijn natuurlijk zo kwetsbaar als wat. Daar wil ik graag tot het einde van mijn leven mee bezig zijn: kop omhoog en we gaan ervoor.[:]

Dit bericht is geplaatst in Website met de tags . Bookmark de permalink.